We organiseren twee woonvormen:

Wonen in een gezin

De volwassene of gast kan inwonen in een gezin dat al dan niet familie is.

‘Wonen bij familie' betekent dat de gast inwoont bij broer, zus, tante, oom, grootouder(s), neef, enz... die alleenstaand is of een gezin heeft.

De enige uitzondering hierop vormen de ouders van de gast. In dit geval is er geen sprake van pleegzorg. Ouders met een handicap die inwonen bij hun kinderen kunnen eveneens geen gebruik maken van pleegzorg.

In bestaande situaties waar familieleden een familielid met een handicap bij hen thuis hebben opgenomen kan een beroep gedaan worden op Open Thuis. Dit geldt ook voor situaties waar familie erover nadenkt dit in de toekomst te doen.

Het tot stand komen van een nieuwe samenwerking, waarbij gast en gezin elkaar niet kennen, behoort tot de mogelijkheden, maar komt in realiteit weinig voor.

Pleegzorgsituaties waarbij gast en gezin geen familiebanden hebben, zijn vaak het logische gevolg van situaties die reeds ontstaan zijn toen de gast nog minderjarig was.

Deze mensen kunnen ons contacteren om de pleegzorgsituatie na meerderjarigheid verder te zetten met begeleiding van Open Thuis.

Ook in die situaties waar een persoon met een handicap inwoont bij kennissen of waar er plannen zijn om dit in de toekomst te realiseren kan een beroep gedaan worden op onze dienst.

We vinden het belangrijk dat elke gast die inwoont in een gezin over een eigen kamer beschikt en een aangepaste dagbesteding heeft. Deze dagbesteding kan zowel buitenshuis plaatsvinden als op het terrein van het gezin (bv. een landbouwersgezin).

Wonen met ondersteuning van een particulier (WOP)

Wonen met Ondersteuning van een Particulier, afgekort WOP, is de officiële naam van de woonvorm binnen pleegzorg voor meerderjarige personen met een handicap die zelfstandig (willen) wonen en daarbij ondersteund worden door (een) vrijwilliger(s ) in de buurt.

De gast woont alleen of samen met anderen in een woning of appartement en heeft voldoende mogelijkheden om het alleen wonen aan te kunnen, al dan niet met hulp vanuit externe diensten zoals budgetbegeleiding, poetshulp, ... .

Het is belangrijk dat de gast naast een aantal basisvaardigheden ook over een zekere emotionele rijpheid beschikt om in het alleen wonen te kunnen slagen.

De vrijwilliger(s) en de gast, al dan niet familie, wonen dicht bij elkaar en hebben wekelijks contact.

Samen overlopen zij de belangrijkste lopende zaken en maken hierover de nodige afspraken. Bijvoorbeeld: opvolgen van post, vrije tijd, dokter- of tandartsbezoek, enz.

Door het regelmatige contact tussen gast en vrijwilliger(s) ontstaat er een band tussen beiden.

Bijvoorbeeld door tijd te maken voor een babbel, samen te sporten, eens te koken voor elkaar of te helpen bij een klus.

Zowel familieleden die reeds op deze manier een familielid ondersteunen, als zij die erover nadenken dit in de toekomst te willen doen kunnen contact nemen en een beroep doen op onze dienst. Hetzelfde geldt voor kennissen van personen met een handicap.

Personen met een handicap die zonder familie of kennissen zelfstandig (willen) wonen en daarbij ondersteuning van een vrijwilliger wensen kunnen eveneens contact met ons nemen. Er kan steeds actief gezocht worden naar (een) vrijwilliger(s) in de buurt.